Zoeken
  • Lieven Migerode

Er zijn geen domme vragen...(Deel 3)


Sommige ‘vragen’ maken oneigenlijk gebruik van het beschermende spreekwoord: ‘ er zijn geen domme vragen: alleen domme antwoorden’.

De retorische vraag is de meest bekende stijlfiguur die oneigenlijk gebruik maakt van het epitheton 'vraag'. Het is evenwel een niet-vraag. Zij verhult zich als vraag om te kunnen profiteren van haar voordelen. Heel geniepig dus.

De retorische vraag gebruiken we om te debatteren. In een debat heeft ze haar plaats, en wordt ze herkend als niet-vraag. Je dient ook niet te antwoorden. De vraag stellen is het antwoord geven. De retorische vraag is een zinswending die een mening weergeeft in vraagvorm. Uiteraard dient er dus geen antwoord gegeven te worden. Die vrijheid hebben we, dan zijn we al verlost van domme antwoorden. Er mag dus op deze ‘vraag’ wel kritiek gegeven worden. Liefst van al de kritiek, of de vaststelling, dat dit geen vraag is. Deze ‘vraag’ kan dus geen aanspraak maken op de bescherming dat er ‘geen domme vragen’ zijn.

Debatteren kan ook in een liefdesrelatie, maar enkel over items buiten ons. Kunst, of gastronomie, of sport, of misschien zelfs politiek of geloof. Al werd dat in oude en wijze gezegden zelfs voor vriendschapsrelaties afgeraden. Wanneer de retorische vraag in deze debatten over ‘dingen buiten ons’ opduikt, weten we goed genoeg wat haar functie is. Overtuigen. Dan weten we ook dat we hier geen gebruik kunnen maken van de ‘geen domme vragen’ bescherming.

Waar debatteren, ruziën wordt, verschijnt de retorische vraag als venijniger en gevaarlijker. Wij zijn ons heel vaak niet bewust dat we een retorische vraag stellen. Dan worden we boos omdat we geen antwoord krijgen. Of als iemand de vraag niet goed vindt. Dan verdedigen we ons met de titelzin: ‘er bestaan geen domme vragen’, of met het zusje van de titel zin: ‘vragen staat vrij.’ Het vervelende voor de gesprekken in een koppel ( en ook daarbuiten hoor) is dan dat de vrager, die dus eigenlijk een mening verkondigt, tegelijk ontkent dat hij of zij een mening verkondigt.

  • Vind je ook niet dat de kinderen beter niet met een brommer rijden?

  • Bedoel je dat jij dat vindt

  • Nee ik vraag het jou, ik stel alleen maar een vraag, vragen staat vrij, of mag dat ook al niet meer.

Dit soort discussies. Heel vervelend, heel onnuttig. Meestal is het behalve voor de spreker duidelijk wat zijn of haar mening is.

Over ‘ons’ kan er helemaal niet gedebatteerd worden. Wie we zijn voor elkaar, wie jij bent, hoe ik mij voel, hoe jij je voelt. Daar is dus een stijffiguur als de retorische vraag helemaal niet op zijn plaats. Zij mist nieuwsgierigheid.


0 keer bekeken

Lieven Migerode

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

© 2016 by LIeven Migerode