Zoeken
  • Lieven Migerode

Sakke Plakke zegt.


Sakke Plakke is 19 maand oud. Sakke Plakke zo noemen we hem soms. Ardan doet dat meestal. Wij, Mamoe en Pappoe, spreken hem meestal aan met Sandertje, en ‘grote meneer’, ‘kleine man’... Zijn papa en mama, mijn oudste Femke, en haar man Matti, hebben tientallen namen voor hem: Kabouter, Sandertje, Lieve schat, Schattebout…Waarom heeft een kind meer dan één voornaam nodig? Ardan is mijn andere schoonzoon. De man van mijn jongste dochter Line. En ik, ik ben ziek.

Daardoor ben ik thuis. Ik poog wat rond te dabberen, wat te schrijven, wat op mijn tanden te bijten. Ook dat helpt om de minuten te laten voorbij gaan, en met elke tik helpen de antibiotica weer een bacterie om zeep, dat hoop ik. Soms lijkt het er op, dan voel ik mij iets beter.

Line is thuis, ze ziet er moe uit. Dagje gaan les geven. Matti ligt in de zetel met een boekje. De spaghettisaus staat op het vuur. Matti komt elke donderdag hier eten als Femke laat werkt. En wij, Mieke en ik, wij zijn Sander gaan halen bij de kinderkribbe. Het jongste koppel verblijft een paar dagen bij ons, ‘om bouwtechnische redenen’. Net, een paar minuten geleden toen Matti aanbelde, ben ik met Sander de voordeur gaan opendoen : ‘kijk wie daar is, Papa!”.

Nu gaat de bel opnieuw. Door de glazen deur zien we dat het Ardan is. ‘Kom Sandertje’, zeg ik, en steek mijn hand uit, we gaan de deur opendoen voor Nonkel Ardan. Sander prutst zijn kleine vingertjes tussen de deur nadat ik die op een kier heb gezet. Ardan knielt. En zegt de nu beroemde zin: “ Ah, Sakke Plakke, dag zenne, en hoe ist er mee?”.

“Goe”, zegt Sander en hij draait zich om en stapt met zijn waggelstapje vrolijk terug de gang door en de leefkamer binnen.

Zei die nu echt ‘goe!?’ vraag ik Ardan terwijl ik hem een kus geef (de bacterieën hadden hun aanval ergens abdominaal ingezet)? “Dat is toch ook wat ik hoorde” komt de even verwonderde repliek.

In de leefkamer herhaal ik het verhaal. Precies zoals hierboven. En Ardan heeft het ook gehoord, niet Ardan? En iedereen reageert enthousiast, met die positieve mengeling van ongeloof en bewondering die meststof is voor de groei van elk kind. ‘Allee gij, echt, dat kan bijna niet, toch een slim manneke he”. ”Hij weet zelf misschien niet wat hij bedoelde, maar het was wel gepast hoor” (ik de voorzichtige met te vroeg optimisme). En in de kortste keren wordt dit gebeuren ingeschreven in het collectieve geheugen van deze familie, en in het boek van het leven dat openligt voor Sakke Plakke. Een wonder is alweer geschied.

Wij kunnen elkaar met zen zessen erg goed lijden. Nog zo een wonder om te koesteren. Ook voor de Kleine Man.

Hij moet zijn ‘Zijn’ niet bewijzen in de hele club. En zijn ‘wonderen’ worden door iedereen als gewichtig aanzien. Dit moet voor hem een veilig nest zijn denk ik dan. In al deze verbanden is hij thuis.

’s Avonds belt een vriend, om te horen hoe het met mij is. Ik kan amper wachten om over ‘goe’ te vertellen. De reactie is vriendelijk enthousiast. Doch, anders dan net in de leefkamer, blijft het enthousiasme niet hangen, het wordt niet gedeeld en opgewaardeerd. Het onderwerp ook niet. Ik vraag mij af hoe ik dit verschil begrijpen kan?

We zien we hier ‘de taal van het worden’ in actie, bedenk ik eerst. Daar vertel ik later nog over. In een ander verhaal. Ook die taal is onderdeel van ‘graag zien’. Daarom zijn wij zo enthousiast dat de Sakke ineens zo stoer antwoordt. Wij horen het afstemmen, wij merken zijn talent tot onderscheid en gevoeligheid aan context: Ardan doet stoer en ik doe stoer terug. Zijn ’worden’ krijgt werkelijkheidswaarde. In onze club. Wij hebben het allemaal gezien en emotioneel bevestigd.

Zoals zo vaak denk ik, we zien ook taal in actie. Taal verbindt altijd een gemeenschap, hier een familie (in wording). Een elke gemeenschap heeft zijn eigen taal nodig, zijn eigen woorden. In die woorden bevestigen we onze werkelijkheid voor elkaar. Wij hebben dit allemaal gezien, wij vertellen het opnieuw en daardoor blijft het bestaan. In dat vertellen bevestigen we dat we bij elkaar horen, dat we van dezelfde club zijn. Dat doet ook elke generatie tieners en jongeren opnieuw, eigen woorden in de wereld zetten: Neig, Vet, … Misschien omdat ik ziek ben, denk ik aan ons gedeelde microbioom. Al weet ik dan nog niet hoeveel snotvallingen, en longontstekingen, het in de familie zal kosten om ons als geheel aan te passen aan de nieuwe mensjes in ons midden. Maar zoiets moet het zijn: als familie delen we taal, verhalen en details van betekenissen. Op dezelfde wijze ontwikkelen we onze geheel eigen variëteit aan bacterieën, ons microbioom.

Zou het dat zijn? De vrienden die horen wel bij mij, maar niet bij de familie. Al kennen ze mijn kinderen wel. Ook met hen, de vrienden, deel ik taal, taal die dan weer verschilt van die van het gezin. In de gezinsgebeurtenissen kunnen vrienden niet zo meetrillen in enthousiasme, waarschijnlijk ook niet als ze levend aanwezig zouden zijn. Mogelijk zou de hele dans zich dan niet hebben afgespeeld. Omdat gemeenschap vormen ook gedeelte liefde inhoud? Omdat het emotie vergt om betekenissen vast te leggen. En dat emoties tonen gedeelde vertrouwdheid vergt.


0 keer bekeken

Lieven Migerode

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

© 2016 by LIeven Migerode