Zoeken
  • Lieven Migerode

Papa ik lijk steeds meer op jou.


Wil ik dat wel op mijn ouders lijken? Vooral op de ouder van hetzelfde geslacht lijken ligt soms moeilijk. Soms is het daarentegen een droom, een wens, levenslang, ik wou dat ik was zoals jij. Op verschillende momenten van ons leven kan dat ook verschillend zijn, eerst wouden we het wel, dan weer niet, dan weer wel, of toch een beetje.

Kunnen we dat dan kiezen of we al dan niet op onze ouders lijken? Dat lijken deze vragen die we ons stellen in te houden: ik wil niet op mijn ouder lijken, ik lijk zeker niet op mijn ouder, zeker niet op die, ik wou dat ik meer op mijn ouder leek, toch zeker op die, of op beiden tegelijk.

Kunnen we daar dan in kiezen? Kunnen we al dan niet kiezen of we op onze ouders lijken?

Nee natuurlijk niet! Daar zijn minstens drie goede redenen toe, en drie redenen dat is wel heel wat, niet?

De eerste reden is natuurlijk de genetica. We zijn letterlijk gebouwd uit de helft van de genen van onze beide biologische ouders. Daar is geen ontkomen aan. Niet enkel zullen we dus fysiek op hen lijken, trekken overnemen, in dat fysieke ‘erven’ we mogelijk ook afwijkingen, ziekten en gevoeligheden op fysiek vlak. Zoals je weet wordt je levensverwachting in niet geringe mate beïnvloedt door de robuustheid van je genen, die bepalen namelijk je snelheid van verouderen/aftakelen. Wij kunnen ook psychologisch en sociaal niet ontsnappen aan ons lijf, bijvoorbeeld, of je iemand bent met ‘intense emoties’ dan wel een ‘gemoedelijk’ persoon is in hoofdzaak lichamelijk dus erfelijk bepaald, temperament noemen we dat wel eens. Dat temperament heeft ook invloed op wat je denkt, natuurlijk via ‘hoe’ je denkt, hoe je hersenen werken. Met jouw specifieke talenten en ‘gebreken’.

De tweede reden is sociaal leren, cultuur. Opgroeien in de nabijheid van je ouders maakt dat zij de eersten zijn die je bestudeerd en dat je zonder het te willen hun kijk en houding en waarden incorporeert, in je lichaam opbergt. Zo merk je in een gezin dat je wel erg verschilt van je sibling, terwijl de mensen van buiten je gezin vooral je achternaam kennen en jou erin herkennen. Zoals ook Vlamingen meer op elkaar gelijken naargelang ze zich op vreemder terrein begeven. Wij denken zoals onze taal is, ook hoe onze gezinstaal is. En op de grens van lichaam en sociaal leren leven de spiegelneuronen, die maken dat we letterlijk bewegingen en emoties van anderen rondom ons gebruiken om ons ik mee te vullen. In de mate dat we bij onze ouders opgroeien, kan dus niet anders dan dat we op hen gelijken.

De derde reden noemen we opvoeding. Of de bewuste inspanning van onze ouders om ons te doen lijken op hen (of op hun ideaalbeeld). Zij ‘leren’ ons dankjewel alsjeblieft zeggen als ze beleefdheid belangrijk vinden, of brutaal tegenspreken als beleefdheid er niet toe doet maar vooral van je afbijten belangrijk is (omdat de wereld niet te vertrouwen is). Zo vindt ik het nog steeds moeilijk om niet al het eten dat op mijn bord werd geschept op te eten. Daarmee bedoel ik, dat poog ik soms te doen, omdat het echt te veel is, en dan ben ik even afgeleid en heeft mijn ‘opvoeding’ toegeslagen en is mijn bord leeg.

Dus dat is klaar en helder, we kunnen niet niet op onze ouders lijken. Die keuze hebben we niet.

Zijn bovenstaande vragen en pogingen om wel of niet, meer of minder op een ouder te gelijken dan zinloos? Er is immers geen keuzevrijheid. Zeker als de vraag dichitoom gesteld wordt: op hen lijken of niet. We kunnen het dichotome dus vervangen door min of meer en zo enige vrijheid verwerven. Er is evenwel nog een andere manier van kijken die nog meer vrijheid oplevert.

Het omgekeerd van lijken op je ouder is uniciteit (ipv verschillen van).

Dat vergeten we al snel gevangen in de valkuilen van de taal. Te snel denken we dat het omgekeerde van een woord ons duidelijk is. Dat is te eenvoudig. Het is zelfs eerder omgekeerd. Hoe we een woord begrijpen hangt af van hoe we het tegengestelde van dat woord kiezen. Als het omgekeerde van ‘koud’, ‘warm’ is, dan hebben we het over een ander ‘koud’ dan wanneer het omgekeerd ‘nabij’ is. Ik kies voor uniciteit. Om dezelfde redenen die het boven onmogelijk maakten niet op je ouders te lijken.

Dus eerst genetica. Je bent wel voor 50% een samenstelling van de genen van je beide ouders. Je bent dan wel een heel originele samenstelling van genen. Deze samenstelling heeft voor jij er was nog nooit op aarde rondgelopen. Dat kunnen we met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen. Het DNA is zo complex dat het samenvoegen van twee DNA strengen altijd extreem uniek moet zijn. Allen op basis van de wetten van de waarschijnlijkheid. Dus van de geschatte 107 miljard mensen ben jij een uniek exemplaar dat hier nooit, ook niet genetisch exact in deze vorm heeft rondgelopen. Voor de duidelijkheid dus 1/107.000.000.000 indrukwekkend uniek dus.

Ten tweede sociaal leren. Omdat we al genetisch uniek zijn, zijn we ook uniek vatbaar voor sociale invloeden. Ook in deze corona tijden blijkt: je bent maar besmettelijk door datgene waar je vatbaar voor bent. Al lijken de uitzonderingen in vatbaarheid voor covid-19 voorlopig klein, ze zullen er zijn, zoals steeds. Bij het AIDSvirus duurde het wel jaren voor de eerste niet vatbare mensen opdoken. Het sterkste argument voor sociaal leren dat leidt tot unieke mensen zijn eeneiige tweelingen. Zij zijn in principe genetisch gelijk (al is dat ook wederom niet 100% waar en is het woord nagenoeg gelijk beter) en toch ontwikkelen zij zich vaak niet gelijk. We kennen wel de verhalen van bij geboorte gescheiden tweelingen die tientallen jaren later ontdekken dat ze een partner met dezelfde naam huwden of van hetzelfde bier houden. Dichter bij huis en veel bekender is dat ieder die dicht bij een tweeling leeft, duidelijke verschillen ziet en ervaart. Althans voldoend om hen met de juiste naam aan te spreken. Verschil zien vergt hier wel goed kennen. Dan zie je zelfs verschil op de rug gezien.

Op de grens van sociaal leren en genetica vinden we de epigenetica. Genen komen niet altijd op gelijke wijze tot expressie, dat hangt mede af van de omgeving. Ook tweelingen bevinden zich vaak, zij het subtiel in een andere omgeving.

Ook opvoeding bevindt zich op een grens, zoals we het al elders schreven is het een illusie aan te nemen dat we onze kinderen echt ‘gelijk’ behandelen. Zij worden vaak niet hetzelfde behandeld, als zijn de verschillen zo subtiel als het verhaal over wie eerstgeboren werd, en wie de oudste is bij eeneiige tweelingen. Naargelang van de traditie is dat de eerstgeborene dan wel degene die laatstgeboren werd. In mijn opgroeien werd dat, mogelijk juist in een poging om hen wel gelijk te behandelen, gezegd over degenen die als tweede geboren werd. Wie laatstgeboren werd was de oudste. En daarmee ontstond er een verschil, in beeldvorming en vaak ook in bejegening.

Hoe komt het dan dat we doorheen ons leven variëren in willen lijken op onze ouders of niet. Of nog sterker in het zien van gelijkenissen of niet. Dus de aan elkaar verbonden betekenissen: lijken op/uniciteit staan in een andere verhouding tot elkaar naargelang de ontwikkeling doorheen de levensloop. En dan hebben we ook wat wiskunde nodig.

Laat mij dat even verduidelijken.

We zijn uniek van af en zelfs van voor onze geboorte en tegelijk zijn we redelijk onbeschreven in betekenisvorming bij onze geboorte. Het is dus vanzelfsprekend dat we als kleine kinderen ons ‘ik’ meer vullen met de grote mensen waardoor we verzorgd en begeleid worden, de mensen die ons veiligheid bieden, papa en mama. Natuurlijk ‘stelen’ we ook stukken ik van belangrijke ‘anderen’, maar dus zeker ook van onze ouders.

Tegelijk is er in ons de drang naar onszelf zijn, uniek zijn, die zich al gauw zal manifesteren, al was het maar in de originele manier waarop we ons al dan niet laten troosten als baby. Twee ontwikkelingsperioden springen er evenwel traditioneel bovenuit met een nadruk op ‘ik’ en verschil. We noemen ze met verwante namen de puberteit en 10 jaar eerder de peuterpuberteit. De laatste genoemde periode, de peuterpubertiet, herinneren we ons niet bewust. De puberteit des te meer. Daar vormen we echt ons ‘bewuste ik’. We willen daar vaak NIET zijn zoals onze ouders. Dat is ook logisch. Niet zijn is de eerste stap naar origineel zijn, naar keuze. De stap naar WEL zijn is zoals ik elders uitlegde onnoemelijk moeilijker. Dus gaan we met zijn allen voor NIET. De ouders zijn daar vaak erg voor geschikt. Tegelijk is identiteit altijd een behoren tot, dus tot een groep, dat zijn de peers, de leeftijdsgenoten. We zijn dus op collectieve wijze origineel.

En hier komt de wiskunde. Als jij 13 was, hoe oud waren je ouders toen. Laten we het traditioneel en gemiddeld houden voor de helderheid van het argument. Jij was dertien en je vader was toen bijvoorbeeld 25 jaar ouder, dus 38. Dus de vader die je je nog goed herinnert, is ergens in tussen 30 en 40. Is het dan niet logisch dat je net op die leeftijd volgens de psychologie begint te beseffen: papa ik lijk steeds meer op jou. Lijk je je dan meer op je ouder of is het zuivere wiskunde in combi met psychologie van het geheugen? Het is toch logisch dat je dan steeds meer merkt dat je op je ouder lijkt, omdat dit de eerste ouder is die je je goed en helder herinnert en dat je nu zelf in dezelfde leeftijd bent. Je bent ook 38! Dan komen de gelijkenissen weer in het gareel, je bent op gelijkaardige manier verouderd. Je haar valt net zo uit, of je krijgt een beetje een gelijkaardig buikje, je zit nu ook voorbij de Sturm und Drang, je bent nu ook bezig met de hectiek van tegelijk een relatie en een gezin en een carrière beheren en koesteren. En vooral mogelijk ben je nu ook oduer van een of meerdere kindjes. En word je dus ontwikkelingspsychologisch met dezelfde uitdagingen geconfronteerd als de ouder in herinnering. Geen wonder dat je steeds meer gelijkenissen ziet.

Vrees evenwel niet. Je blijft uniek. Om de logische redenen dat die boven al werden aangehaald. Met als bijkomende reden dat de tijd enkel in een richting loopt. Geschiedenis herhaalt zich nooit, ook niet de gelijkenis op je ouder. Jouw wereld is onnoemelijk anders dan de wereld van je ouders toen.

Zij zouden nooit deze blog lezen, laat staan op een Smartphone.

Lieven Migerode

19 mei 2020

#ikzieugraag #liefde #blog #lievenmigerode

35 keer bekeken

Lieven Migerode

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

© 2016 by LIeven Migerode